Header-Slapende-Baby-Roze-Mutsje.png

Onze praktijk

Hoofdvestiging
Verloskundigenpraktijk 'Catharina Schrader'
Birdaarderstraatweg 80C
9101 PK Dokkum
KVK: 01159386

Nevenlocatie Zwaagwesteinde
Gezondheidscentrum De Westereen
Badhuswei 1A
9271 VA De Westereen

T: 0519-296899
M: 06-51145849
F: 0519-223570
E: info@verloskundigen-dokkum.nl

Route & contact

Fasen bevalling

De bevalling is onder te verdelen in 4 fases:

  1. De ontsluitingsfase
  2. De uitdrijvingsfase
  3. Het nageboortetijdperk
  4. Het vierde tijdperk
De ontsluitingsfase
Het eerste deel van de bevalling wordt de ontsluiting genoemd. In deze fase wordt de baarmoedermond zacht en week (dit wordt ook wel ‘verstrijken’ genoemd) en gaat deze ook open. Dit gebeurt allemaal onder invloed van weeën, krachtige samentrekkingen van de baarmoeder.

Als je aan het begin staat van de bevalling kunnen de weeën nog wat onregelmatig zijn. Je vraagt je soms af of dit dan ook het begin is. Het is verstandig om in deze periode je aandacht nog niet teveel op de weeën te richten. Probeer wat dingen te blijven doen, zodat je nog een beetje afgeleid wordt. Als je merkt dat dat niet meer mogelijk is, kun je je meer gaan richten op ademhalingstechnieken en ontspanningsoefeningen. Dit is dan meestal ook de tijd om eens op de klok te gaan kijken om te zien of je ons al moet bellen.

Aan de telefoon zullen we al het een en ander willen weten over de duur en bijvoorbeeld de frequentie van de weeën. Het is handig om dit dus even geregistreerd te hebben voordat we langskomen. Zodra we bij je thuis komen, controleren we de harttonen van de baby en zullen we je tips geven voor het opvangen van de weeën. We observeren je tijdens de weeën en daarna kijken we meestal of er al ontsluiting is. Dit gebeurt door een inwendig onderzoek (ook wel vaginaal toucher genoemd). Als je hier moeite of problemen mee hebt, geef dit dan aan tijdens het spreekuur, dan kunnen we hier rekening mee houden. Nadat we het inwendig onderzoek hebben uitgevoerd, zullen we je instructies geven over wanneer opnieuw te bellen. Zo komen we meestal een aantal keer bij je thuis voordat de baby er is.

Hoe lang de ontsluiting zal gaan duren, is van tevoren niet te zeggen. Dit verschilt per persoon en hangt onder andere samen met de kracht en kwaliteit van de weeën, de mate waarin je je kunt ontspannen en of het je eerste of volgende kindje is. Een volle blaas kan het proces tegenwerken, dus probeer regelmatig naar het toilet te gaan.

Naarmate de ontsluiting vordert, zullen de weeën steeds vaker komen en steeds krachtiger worden. Het zal steeds meer aandacht vragen om ze op te vangen. Dit is een goed teken. Het betekent dat het einde van de ontsluiting nadert. Tegen het einde van de ontsluiting bellen wij de kraamverzorgster, zodat zij ons kan assisteren tijdens de bevalling. Na de bevalling verzorgt zij moeder en kind.

Uitdrijvingsfase
Zodra de baarmoedermond helemaal open is en je dus volledige ontsluiting hebt, begint de uitdrijving. Als vrouw merk je dit, omdat je persdrang krijgt. Dit is de tijd waarop er gestart kan worden met persen.

Tijdens deze periode worden de pauzes tussen de weeën vaak wat langer, zodat jij en de baby de tijd hebben om even bij te komen. In deze periode wordt er na elke wee naar de harttonen van de baby geluisterd om de conditie goed in de gaten te houden.

Bij een eerste bevalling moet de weg door de vagina nog gebaand worden. Dit houdt in dat dit meestal meer tijd kost. Tijdens het persen komt het hoofdje een stukje dieper, maar het kan zich tijdens de weeënpauze ook weer iets terugtrekken. De gemiddelde tijd die het persen inneemt bij een eerste bevalling is ruim een uur. Bij een volgende baby gaat dat vaak veel sneller.

Als het hoofdje geboren gaat worden, is er eerst een klein stukje (segment) te zien. Dit noemen we het ‘insnijden’ van het hoofd. Als de baby bijna geboren is, kun je een groot stuk van het hoofd blijven zien. Als het hoofd zich dan niet meer terugtrekt, noemen wij dat het ‘staan’ van het hoofd. Dit geeft een branderig gevoel. Probeer goed te blijven zuchten en te luisteren naar wat wij zeggen. Je kindje wordt dan waarschijnlijk de volgende wee geboren.

Soms kan het gebeuren dat het niet lukt om zelf de baby eruit te persen. Bijvoorbeeld omdat de weeën niet krachtig genoeg zijn of doordat de ligging van het kindje niet goed is. Dan dragen wij de bevallingen over aan de gynaecoloog. Deze zal verdere actie ondernemen. Bij deze indicatie zullen wij je begeleiden naar het ziekenhuis en de bevalling verder meemaken, terwijl de eindverantwoordelijkheid dan bij de gynaecoloog ligt.

Het nageboortetijdperk
Als je kindje geboren is, zit het nog vast aan de navelstreng. Als de bloedvaten uitgeklopt zijn, gaan we ‘afnavelen’. We zetten dan een navelklemmetje en een metalen klem op de navelstreng, waarna de navelstreng op een veilige manier doorgeknipt kan worden. Vaak knipt de partner de navelstreng door. Dit is het moment dat jullie kindje op eigen kracht verder moet, omdat de verbinding met de placenta verbroken is. De eerste minuten na de bevalling bepalen we ook de Apgar-score. Dit is een score die de conditie van jullie kindje weergeeft. We letten dan op: hartfrequentie, ademhaling, spierspanning, reactie op prikkels en op de kleur van de huid. We geven jullie kindje meestal 2 ‘cijfers’. Meestal is de eerste score (na 1 minuut) een 9 en de tweede score (na 5 minuten) een 10. De maximale score is tien.

Vervolgens moeten de placenta (de moederkoek) en de vliezen nog geboren worden. De baarmoeder wordt na de geboorte een stuk kleiner. Daardoor laat de placenta los van de baarmoederwand. Als je baarmoeder goed samengetrokken is, laten wij de placenta en de vliezen geboren worden. Soms gaat dit niet zo gemakkelijk en moeten wij je een injectie geven. Dit is om je baarmoeder extra te prikkelen. Als de placenta geboren is, controleren we of de placenta en vliezen compleet zijn. Ook de hoeveelheid bloedverlies wordt steeds goed door ons in de gaten gehouden.

Vierde tijdperk
Dit is de periode waarin we kijken of er gehecht moet worden. Dit gebeurt onder verdoving. Vaak is er ook al de gelegenheid om de baby aan te leggen aan de borst. Als dit binnen een uur na de geboorte plaatsvindt, vergroot dit de kans van een goede borstvoedingsperiode.
Verder gaan we de baby nakijken. We wegen de pasgeborene en kijken of er bijzonderheden zijn. Verder testen we een aantal reflexen, zoals de zuigreflex, de grijpreflex van de handen en de loopreflex. Als dat allemaal goed is, gaat de kraamverzorgster de baby aankleden.
Als alles klaar is en je bent gewassen of gedoucht, kan de kraamperiode beginnen.